Afgelopen zondag rende ik een rondje, een groter rondje dan de afgelopen weken, omdat het lekker ging en ik benieuwd was of ik het nog wel kon. Mijn knie-blessure is nog niet helemaal over en de oefeningen die ik zou moeten doen, doe ik niet consequent. Maar ik wil wel rennen.

Als ik ren dan voelt het in het begin even super duper lekker. Dan ren ik de straat uit en sta ik even stil bij mijn moment voor mezelf, ik geef het mezelf als het ware kado, zo’n rondje rennen. Je zult mij dan ook altijd met een grote glimlach mijn straat uit zien rennen. Eenmaal onderweg bevoel ik mijn lichaam; hoe gaat het met me, heb ik ergens pijn, hoe voelt het tempo, hoe is de temperatuur, zit mijn knot goed (weinig zo vervelend als een hotsende knot, het is het steentje in je schoen maar dan op je hoofd), hoe adem ik en hoe lekker als er een fijn liedje op staat. Dan draai ik aan wat knoppen om even te voelen wat lekker gaat; tempo, ademhaling (neus of mond of een combi) en beslis wat ik vandaag ga doen; ga ik hard of doe ik rustig aan. Ga ik een grens verleggen of ben ik voorzichtig.

Tegen de tijd dat ik dit proces heb doorlopen ben ik aangekomen op het lange stuk asfalt rechtdoor en ga ik, mijn gedachten laat ik de vrije loop, ik kijk naar vogels en vlinders, lach naar andere lopers en check hun techniek, groet de vuilnisman (ik loop altijd rond dezelfde tijd en kom deze man dus vaak tegen)die mij altijd met een grote lach ruimte geeft om te passeren en geniet.

Ik ren altijd met muziek, het liefste happy hardcore of rock. Door het lopen raak ik een schil kwijt, ligt mijn zachte laagje bovenop en de muziek raakt me dan ook rechststreeks in mijn hart. Vaak zing ik mee, vaak lach ik hardop omdat een leuke herinnering opplopt en soms huil ik. Laatst nog.

‘I’m still alive, woho I’m still alive’, ik hoorde het terwijl ik het Rozenviaduct (Viaduct Rozenlaan voor wie er ook eens wil gaan rennen) op rende. Met wijd gespreide armen, een grote lach en dikke tranen van geluk ben ik, luidkeels meezingend, naar boven én weer naar beneden gerend. Jeetje, wat voelde ik me levend. En zo ontzettend intens dankbaar dat ik er ben, dat ik er mag zijn, dat mijn kinderen een moeder hebben, dat ik nog elke dag van mijn heerlijke man geniet en dat ik familie en vrienden om me heen heb waar ik van kan houden. Dat ik bij de kleuter-musical was en dat Jules naar groep 3 gaat naar de vakantie. En Rijk naar de peuterspeelzaal met zijn krokodillentas. En ik ben erbij!

Rennen maakt me gelukkig, het geeft me direct toegang tot mijn allerdiepste dankbare gevoelens, en als je je dankbaar voelt, kun je niet ongelukkig zijn. Het gevoel kan ik het beste omschrijven als een waterval die door me heen stroomt, het prikkelt en laadt mijn geest en lichaam op, het is zo een ontzettend fijn gevoel, daar lust ik wel pap van!

Als klap op de vuurpijl zag ik heel veel vlinders langs de Rotte, toen ik stopte om te vloggen en ze te filmen ging er zelfs één op mijn hand zitten. Zo bijzonder. En alles voelde in harmonie, ontzettend de bedoeling en ik was in staat ervan te genieten.

Eenmaal thuis dan voel ik nog de hele dag de heerlijke energie stromen, het lijkt wel een eindeloze bron waar dit uit voort komt. En het enige dat ik hoef te doen is te gaan rennen, niet hard, niet zacht, gewoon zoals voor mij het beste voelt. Of eigenlijk, zelfs als ik terugdenk aan runs, krijg ik al dat gevoel weer, dan stroomt het weer alsof ik het live mee maak. Heerlijk.