Iemand zei ooit eens tegen me ‘je moet nooit rekenen op een wonder maar er wel op vertrouwen’. Die zin kwam op een moment dat ik er niets mee kon maar het is me wel altijd bijgebleven, alsof ik wist dat hij me op een dag van pas zou komen.

‘Achteraf is het altijd mooi wonen,’ één van mijn lievelingsuitspraken. Natuurlijk, want achteraf kun je meestal precies bedenken wat je had moeten doen, zeggen of juist laten. Maar in een situatie waarvan je voelt dat het groots is, levens-veranderend misschien zelfs, maar waar je geen moer over te vertellen hebt, dan kun je alleen maar vertrouwen op een wonder, of op een reeks van wonderen. Al is het alleen maar omdat dat fijner voelt dan welk doemscenario dan ook, maar ook omdat wonderen zeker bestaan.

Eigenlijk zou ik mezelf wel een verzamelaar van wonderen willen noemen. Een verzamelaar zoals de politie bewijsmateriaal verzameld op een plaats delict, zo verzamel ik bewijsmateriaal voor wonderen, ik heb al een hele verzameling. En met dit bewijsmateriaal kan ik, in gevoelige situaties soms iets aan de sfeer doen maar dat niet alleen, het kan anderen ook helpen om in geval van nood tóch te vertrouwen op een wonder. Het wonder, of eigenlijk de serie van wonderen die bovenaan mijn bewijslijst staan gaan over iemand van wie ik heel veel hou; mijn zus. Sinds deze wonderen kan ik niet anders dan alleen nog maar vertrouwen dat wonderen bestaan.

Het was oktober 2018, na een stressvolle periode rondom mijn ziekte was uit de nippttest bij mijn zwangere zus een afwijking ontdekt die mogelijk wees op bloedkanker. Het leek ons nogal onwaarschijnlijk na de afgelopen maanden; twee zussen met kanker, tegelijkertijd. Het was op woensdag 17 oktober dat we hoorden dat ze weldegelijk leed aan AML, ofwel leukemie.

We waren allemaal in shock door dit nieuws. Op deze dag was Nederland door de regen een groot verkeersinfarct maar onze hele familie verplaatste zich toch naar Eindhoven, waar ze woont, daar aten we soep en waren samen.

Het was op zich al een wonder dat ze via de natuurlijke weg zwanger was geworden en dat juist door dit kindje de ziekte in een heel vroeg stadium aan het licht kwam, was nog nooit eerder voor gekomen waar ook ter wereld.

De hematoloog in Rotterdam adviseerde om zo snel mogelijk te starten met de behandeling. Deze behandeling, een serie zware chemokuren zou het kindje helaas niet overleven. Uiteraard zocht ik op internet naar verhalen waarin kindjes die nog niet eens tot halverwege de reguliere termijn waren voldragen wél overleefden, maar die verhalen waren er niet.

Een week na de diagnose gebeurde toch een wonder. Omdat de behandeling veel tijd zou kosten was het handiger om dichterbij huis opgenomen te worden. Zo geschiedde. Een hematoloog in dit ziekenhuis deed een voorstel dat alles zou veranderen. Het was hem opgevallen dat haar bloedwaarden niet waren veranderd, dat zou misschien betekenen dat het verloop van de ziekte niet zo snel ging als ze verwachtten. Daarom werd besloten om wekelijks twee keer bloed te prikken en de behandeling uit te stellen. Mocht er iets veranderen konden ze direct beginnen met behandelen.

Mijn nichtje is in januari 2019 geboren en vanaf de eerste minuut gaat het goed met haar. Op het geboortekaartje staat de tekst

‘Tussen de buien door regende het wonderen en het mooiste dat ben jij”

Zonet heb ik haar nog gezien via FaceTime, ze at een broodkorst en lachte. En naast haar zat mijn zus, allebei in het rood, prachtig. Net stuurde ik haar deze blog met de vraag of ze er oké mee was. Haar antwoord laat zich raden maar ze had nog wel een correctie: we aten patat en geen soep, de frikandel speciaal die erbij zat was trouwens heerlijk.