Over het algemeen zie ik het leven zonnig in, een enkele donderwolk daargelaten. Maar ineens valt het me op: ellende, van anderen in mijn omgeving. Dat brengt wat nuances aan in mijn kijk op oplossen.

Al bijna tien jaar woon ik in Blijdorp. In mijn straat woont een vrouw waarvan ik eigenlijk niet veel meer weet dan dat ze katten heeft en reclamefolders rondbrengt. Een paar maanden geleden werden heel vroeg in de ochtend twee containers geplaatst voor haar huis. Niet veel later arriveerden drie sterke mannen, met mondkapjes die binnen een mum van tijd een groot deel van haar huisraad in de containers gooiden. Weer een paar dagen later arriveerde een makelaar-mevrouw in een klein en hip makelaars-auto’tje met onder haar arm een ‘Te koop’ bord. Eén open dag was genoeg om het huis te verkopen. Op de verkoopsite zag ik de foto’s van bijna lege kamers en sanitair dat waarschijnlijk in de jaren tachtig heel gewild was.

Op dat moment kregen wij toevallig een nieuwe bank en ik duwde een briefje door de brievenbus bij de vrouw, want ze deed de deur niet open als ik aanbelde, of ze onze oude bank, die nog prima was, gratis wilde hebben. Dat wilde ze niet, ze ging verhuizen, zei ze me toen ik haar een keer op straat tegen het lijf liep.

Bij een buurtborrel had ik eens gehoord dat ze naast katten ook een hond had, die nooit buiten kwam. Dat leek me een typisch broodje aap verhaal, een buurtroddel.

Vorige week echter stond er een verhuiswagen voor de deur. Super snel sjouwden twee mannen de resterende spullen en dozen van de vrouw naar de verhuiswagen. En toen arriveerde de dierenambulance, zij haalden de hond en de katten op, de hond bestond dus toch.

En terwijl ik dit schrijf kijk ik af en toe naar de overkant, er brandt nog licht. En ik vraag me af wat ik moet doen, of ik iets voor haar kan doen, of ik al jaren geleden had moeten beginnen met iets doen.

Zondag zag ik een documentaire over eenzaamheid, een man met een goed gevuld sociaal leven stapte een week in het leven van iemand die zich eenzaam noemde. De eenzame man had ook ooit een fijn leven, totdat zijn vrouw dementeerde en hij besloot om met haar mee te lijden, dat ze dat verdiende. Elke dag zocht hij haar op, ze zaten dan uren zwijgend bij elkaar. Daarna ging de man weer naar huis, wachten op de volgende dag. En voor het eerst realiseerde ik me dat ellende je ook kan treffen terwijl je leuk aan het leven bent. Dat je goed voor jezelf kunt zorgen en dan ineens niet meer. Dat je dan afhankelijk wordt van anderen, terwijl je altijd hebt geleerd dat je voor jezelf moet kunnen zorgen.

Net als onze buren. Toen we meer dan tien jaar geleden naast hen kwamen wonen ontmoetten we twee kwieke mensen van tegen de tachtig, die elke dag met de auto naar Dordrecht reden om daar de hele dag in een winkel te werken. En toen opeens, een hersenbloeding, nachtelijke valpartijen en nu zit de lieve man al twee jaar in een tehuis waar zijn vrouw hem dagelijks bezoekt. Elke dag wacht ze op de taxi en met de dag wordt ze somberder, want hij zit tussen demente bejaarden, terwijl hij zelf nog goed in het hoofd is. De kans dat hij ooit nog thuis komt? Die is zo goed als nul. Zullen ze ooit nog samen wakker worden?

Gisteren kreeg ze een brief van de koning, omdat ze zestig jaar getrouwd waren. Ze was er erg mee verguld.

En dan Jikke, mijn gloednieuwe vriendin die al twee weken in het ziekenhuis ligt, eerst omdat er een kankergezwel de darm irriteerde en nu nog steeds omdat ze een infectie heeft opgelopen. In Nederland kunnen de artsen niets meer voor haar doen, maar in Duitsland is de oncologie al verder en is het al veel gewoner om alternatieve en reguliere behandelingen te combineren. Hoe mooi als ze die kostbare behandeling zou kunnen doen?

Toen ik vorig jaar geopereerd ben kregen ik en mijn gezin ontzettend veel hulp, dat heeft ons enorm geholpen om deze spannende periode door te komen, zowel mentaal als fysiek. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor. De ellende ging echter ook weer voorbij en we kunnen weer voor onszelf zorgen. Nu pas realiseer ik me dat zo’n verloop niet vanzelfsprekend is, dat het ook anders had kunnen gaan. Hoe fijn is het dan, dat je mensen om je heen hebt op wie je kunt rekenen, die er voor je zijn. En dat je geleerd hebt om hulp te vragen, want dat is zo ontzettend moeilijk, het lijkt ook wel alsof ik dat pas leerde toen het niet anders kon. Daarvoor zag ik het misschien wel als een zwakte: ik moest het toch alleen kunnen. Nu weet ik: samen kom je verder, je hoeft het maar te vragen.