Een wit vel. Ondanks dat ik aan inspiratie geen gebrek heb, kost het me vandaag moeite om een blog te schrijven. Mijn gedachten gaan zo snel en blijken vooralsnog zo onsamenhangend, dat ik er even geen weg in vind. De ironie wil dat ik juist vandaag wilde schrijven over verbinding, samenhang en hoe emoties, gedachten en gedragingen soms zo aan elkaar klitten en dat ik daar soms last van heb. En iets met een oplossing, die ik dus niet heb, vooralsnog.

Mijn verhalen schrijf ik omdat ik wil delen wat mij bezig houdt en wat me helpt. Maar daardoor leg ik mezelf soms op dat het verhaal ‘af’ moet zijn. Alsof ik ooit af ben, alsof ik ooit niet af ben. Perfectionisme, een waardevolle, handige eigenschap die bloed irritant is om te hebben, maar ook fijn. In mijn hoofd en agenda graaf ik naar wat er gebeurd kan zijn. Ineens begint het te dagen.

Vorige week ontdekte ik namelijk dat ook voor mij onbekende mensen mijn verhalen lezen. En die mensen kan ik dus tegenkomen in het echt en dat gebeurde dus. Blijkbaar ben ik er van geschrokken, want nu voel ik druk om te presteren. En dat vind ik vreemd, want dat was toch precies de bedoeling? Om te schrijven voor mezelf en zo ook iets voor anderen te betekenen?

De afgelopen uren zijn de meest waanzinnige zinnen op papier gezet, prachtige metaforen en  schitterende herinneringen. En na zes kantjes typen voelde het nog steeds hol en loos, alsof het niet over mij ging, terwijl het toch echt door mij geschreven was.

Nu kan ik erom glimlachen, ik stop namelijk gewoon met de gedachten geloven dat dit verhaal af moet zijn, dat ik de uitkomst al weet. Als ik dat loslaat kan ik eerlijk zijn. En ik geloof dat eerlijk zijn helpt. En op dit moment houd verbinding me bezig, is het een thema in mijn leven dat aandacht vraagt en krijgt.

Deze zomer raakte ik een bodem. Zomaar ineens, op een zonnige zomermiddag, in mijn eigen keuken. Een kindje zat op de drempel van de keukendeur, in tranen. Het geluid werd overstemd door een TV die keihard stond, waar een ander kindje naar zat te kijken. En ik, ik roerde huilend in een pan spinazie. Het voelde alsof ik niet meer kon, ik was zo’n ontzettend slechte moeder, ik had weer gefaald. In niets voldeed ik aan het plaatje in mijn hoofd. Een plaatje uit de Libelle met lachende kinderen, een uitgeruste moeder met een glas wijn en een vader achter een BBQ. Maar zo zag mijn leven er niet uit. En ik  had geen idee hoe het verder moest.

Met andere dingen was het altijd makkelijk. Waren mijn kinderen bijvoorbeeld ‘een baan’ geweest, dan had ik gewoon een andere baan gezocht, waar ik wel zou slagen. Maar mijn kinderen, daar kon ik niet onderuit, ik kon niet weg, elke dag opnieuw stond ik op om vervolgens wéér te falen, ik voelde me gevangen. Dit moest toch anders kunnen dacht ik, terwijl ik met diepe pijn in mijn hart naar mijn lieve kleine jongetje op de drempel keek. Het zou nooit meer goed komen, dacht ik, ik kon niet beter dan dit. Ik schreef er toen een blog over: Slechte moeder.

Ondertussen zijn we een paar maanden onderweg. Dankzij Jeannettes training over The Work ontrafel ik zeer doeltreffend mijn gevoel, gedrag en gedachten die met mijn falen als moeder te maken hebben. Het bijzondere, vind ik dat het eigenlijk helemaal niet gaat over falen en ook niet over mij als moeder. Het gaat onder andere over perfectionisme, het ‘ik-kan-het-zelf-wel’ gevoel en over verdriet dat er niet mag zijn. Falen blijkt helemaal niet het einde te zijn, maar slechts een oordeel dat ik naast me neer kan leggen.

We zijn steeds vaker verbonden met elkaar. Vorige week kreeg ik verdrietig nieuws terwijl ik aan het werk was. Jules belde me op omdat hij het rot voor me vond. Dat was een tijdje geleden ondenkbaar. En het gaat nog steeds vaak fout, ik ben nog steeds vaak boos, maar wel minder vaak en minder boos. En daarna is er altijd weer de mogelijkheid om te verbinden. En dat verbinden, blijkt al te kunnen met een knuffel, gewoon een oprechte, fijne knuffel. Dat kan ik.

Vorige week kreeg Jules z’n rapport. Juf B. gaf aan dat hij het moeilijk vindt om fouten te maken. Ook kan hij niet tegen z’n verlies en heeft hij de neiging tot vals spelen als hij niet kan winnen. Na het lezen moest ik even slikken, dit was mijn rapport realiseerde ik me. En mijn Jules deed het ook zo. Even verdwaalde ik in mijn gedachten; ik doe het fout en dus doet Jules het ook fout, maar ik mag het fout doen want dan doe ik het eigenlijk goed en als ik dat doe, dan weet Jules dat hij het ook fout mag doen, en dus goed. Afijn, ik zit nu in de fase bewust onbekwaam. Woensdag gesprek met de juf, misschien heeft ze nog tips… Wordt vervolgd.

Wil je een fijne blog lezen over falen? Check dan hier de blog die Arjan Vergeer van 365 dagen succesvol erover scheef, ik vond het een fijne 🙂