Afgelopen zomer ontdekte ik een knobbel onder mijn linker oksel. Op de PET-scan die tijdens een reguliere controle gemaakt werd, een week of zes na mijn ontdekking, lichtte de klier op. Een echo en een punctie volgden. Na een paar spannende dagen kwam de uitslag: geen kanker. Nu, nauwelijks drie maanden later, is de klier nog steeds een knobbel. Twee weken geleden was ik in het Erasmus MC voor een echo en een punctie. Wat daarna gebeurd is, kan ik zelf nog nauwelijks bevatten.


Dinsdag 3 november 2020, uitslagdag

10.10 uur

Ik log in op MijnErasmus.nl, toch stiekem even kijken of de uitslag van de punctie al bekend is. Nog niets te zien. Buiten schijnt de zon, ik heb een pakje te bezorgen en ik moet me inhouden om het niet persoonlijk te bezorgen. Maar, nu even professioneel doorpakken, dus op naar de Post.

13.30 uur

Nog niet gebeld. Iemand vraagt ‘geen nieuws goed nieuws?’. Helaas, geen nieuws is wat het is. Over een half uur de jongens ophalen. Better be goed nieuws. Het voelt gek dat ik mijn eventuele vonnis via de telefoon ga krijgen, iets met een of ander virus dat rondwaart en een uitgekleed zorgstelsel.

14.34 uur

De jongetjes spelen nog even fijn op het schoolplein met vriendjes. De zwarte wolk die steeds dichterbij de zon dreef, baard me ietwat zorgen, belooft een nat pak. Als de eerste druppels vallen roep ik de jongetjes en fietsen we naar huis. Net als we zijn overgestoken bij school en onze straat in fietsen, gaat mijn telefoon. Anoniem. Ofwel dokter G. Ik neem op, hij vraagt of het uitkomt. Nee. Hij belooft dadelijk terug te bellen. Geen geruststellende woorden als ‘maar het is goed hoor,’ of ‘niets aan de hand ik bel je zo.’ Hm, betekent dat wat ik vermoed? Of maak ik me druk om niets? Vorige keer was het ook goed. Het zal toch niet zo zijn? Toch?

14.38 uur

De jongetjes krijgen een lekker stuk boterletter en chocolademelk, aan de rode tafel. Rijk wil mijn telefoon.. Nu niet, ik mag het eerstvolgende telefoontje niet missen.

14.46 uur

Een onbekend nummer belt, even twijfel ik of ik op zal nemen. ‘Met Marije Stenstra,’ zeg ik. En dan krijg ik de nekslag gevolgd door een stomp in mijn maag.’ Mijn vermoedens worden bevestigd. ‘Tot mijn verrassing zijn er toch melanoomcellen gevonden.’, dokter G. zegt het haast verontschuldigend. Het gekke is natuurlijk dat ik de knobbel niet vertrouwde, dat ik daarom aan de bel heb getrokken. Toch overvalt het nieuws me. Een vreemde mix van gevoelens, aan de ene kant de bevestiging voor wat ik al vermoedde en tegelijk had ik de mokerslag die bij dit slechte nieuws hoort, niet zien aankomen. Dokter G. vertelt nog even kort wat er nu gaat gebeuren als Rijk aan komt rennen. Blij roept bij ‘mama!’ en knuffelt me. Dokter G. en ik vallen beiden even stil. Dan maken we een nieuwe afspraak, dit nieuws moet eerst even landen. Geen vangnet van nieuwsgierigheid deze keer maar alleen een diep en donker gat.

20.45 uur

De kindjes liggen in bed en ik heb net mijn avondeten op. Stamppot van knolselderij met een rundervink in appeljus. Heerlijk. Vanmiddag had ik een afspraak met I. zij behandelt mij met onder andere accupunctuur. Door het gesprek dat we voerden heb ik wat handvatten voor hoe nu verder. Een lijstje met vragen in mijn tas. Het voelt al een stuk minder lijdzaam nu. Vandaag een paar mensen gebeld. Mijn zusje, jemig, hoe vertel je dat. Vorige keer waren we tegelijk ziek. De angst dat de geschiedenis zicht herhaalt is groot. Alsof ik een onzichtbare invloed heb om haar ziek te maken, ook die angst bestaat, reeel of niet. Mind over matter, gevoel en verstand. Een leven lang ervaringen, gebeiteld in de rotswand van mijn leven. Bewijsmateriaal dat het nu ook vast slecht afloopt. Niet heel handig nu. Kan ik het tij nog keren?


Woensdag 4 november, het nieuws verspreid zich

Mijn vader komt langs, we praten over het nieuws en pakken dan door naar Corona en de problemen in de wereld. We eten kibbeling en mijn vader gaat weer naar huis. Ik ga naar kantoor, schrijf een blog, doe mee aan een respondentenonderzoek en bel en passant nog een paar van mijn dierbaarste mensen om te vertellen dat die KUT-KANKER er weer is. ‘Ik ben weer ziek,’ meld ik. Van Rotterdam, tot Schiedam tot Zanzibar is het nu bekend. Nu mijn moeder nog, ik zie er tegenop om het haar te vertellen.


Donderdag 5 november, uitreiken

Na een onrustige nacht met een hoestende Rijk bij ons in bed, word ik wakker van de wekkerradio. ‘Het dier is een poot afgesneden’, of iets van die strekking zijn de woorden van de nieuwslezer. Goed begin van de dag dit. Nog voor ik mijn dagelijkse portie dankbaarheid heb bedacht of mijn intentie heb gesteld ben ik al vergiftigd. Ik voel mijn energie dalen. Het liefst zou ik nu blijven liggen. Maar ik moet boterhammen smeren en druiven in bakjes doen. De jongetjes moeten naar school. Mijn intentie voor vandaag: vertrouwen, vertrouwen in het leven. Dankbaar ben ik dat ik vandaag weer wakker ben geworden, dat mijn mannen gezond zijn, dat ze er zijn, de mensen in mijn omgeving waar ik van hou en het enorme fundament aan sterke vrouwen waar ik op mag leunen. Kortom, ondanks de shit is er zoveel goeds. Nog voor ik op sta voel ik me energieker.

08.53 uur

Huilend en scheldend heb ik de vaatwasser uitgeruimd, ontbijt gemaakt en koffie ingeschonken. De koelkast lag vol melk, ik deed de deur weer dicht, de melkchaos moet maar even wachten. Jeetje wat ben ik boos en verdrietig, ik schrik er zelf een van. In tegenstelling tot de vorige keer ben ik nu vol emotie. De vorige keer maakte ik van de kanker een project. Nu voelt het als een misdadiger die mij probeert kapot te maken. De vorige keer was het nog mijn lijf die even een foutje had gemaakt. Nu is het de kutkanker die de moeder van mijn kinderen wil wegrukken. Zo klaar ben ik met kanker, maar de kanker duidelijk niet met mij. Ik besluit uit te reiken, naar mijn groepje sterke vrouwen. Om 10 uur gaan we skypen, ze zijn er allemaal. Deze vrouwen zullen mij niet redden maar ze zullen me wel helpen om dit op eigen kracht te doen, wat de afloop ook is. Om hulp vragen en vragen om gered te worden zijn verschillende dingen. Om hulp vragen doe je uit liefde en voelt krachtig, want je hoeft het niet alleen te doen. Vragen om hulp maar bedoelen dat de ander je moet komen redden, daarmee ga je voorbij aan je eigen kracht en power.

Ik reik uit. Wil je me helpen? Dit heb ik nodig, kun je me daarbij helpen. Dank je wel.


Jongetjes

Als het me lukt

zal ik leven

zal ik je alles geven

wat je wilt

niet wilt maar nodig hebt

voor je zorgen

elke dag en morgen

En als het leven me toch niet lukt

zal ik je missen

Als het me lukt


Vrijdag 6 november, de regie pakken

10.06 uur

Dokter G. belt. Ook nog op de tijd die ik had gevraagd, wat aardig van hem om rekening met mij te houden. Ik zeg hem dat ik begrijp dat de operatie noodzakelijk is. Leg hem uit dat ik graag de regie wil houden. Vertel hem dat de tweede keer voelt als een herkansing, als een mogelijkheid om het beter te doen, minder volledige overgave en meer regie. ‘Maar dat had je de vorige keer toch ook?’ is zijn verbaasde reactie. Dat kan ik alleen maar beamen. Het lukt me niet om uit te leggen wat ik bedoel, want ik moet vreselijk huilen. Later vind ik de woorden wel en schrijf ze op, voor mezelf: er is een verschil tussen de regie hebben en die ook nemen. Dat niet kiezen ook een keuze is, maar dat het in de praktijk betekent dat ik ervoor koos de ander te laten kiezen, wat het beste voor mij was.

Dokter G. zegt me dat we pas gaan opereren als ik er klaar voor ben, dat ik de regie heb. Ik vraag om een afspraak, net als vroeger, in een kamertje met z’n drieën, zodat Harm en ik kunnen vragen en we de volgende stappen kunnen formuleren, zodat ik straks vrij ben, vrij van kanker. Zonder pauze noemt hij een tijd en een dag. Maandag al. Ik voel me ontzettend gehoord en gezien door deze man. Het sterkt ook mijn vertrouwen in wat achter me ligt, want toen was hij er ook. Deze man wil ook dat mijn jongens een moeder hebben. Hij is onderdeel van de menselijke machine die een gezonde Marije gaat bewerkstelligen. Hoopvol en kapot moe hang ik op.

Die middag zie ik mijn vriendin, en m’n zussen komen langs. Het doet me goed. Tot laat drink ik teveel wijn. Het mag want ik wil dit voelen, ik wil weten hoe kanker hebben voelt.


Zaterdag 7 november, ik heb geluk

11.51 uur

Ik strijk mijn witte trui waar met rode letters Cheers op staat. Ondertussen vertel ik de jongetjes dat we vanavond bij hun vriendinnetjes gaan eten. ‘Dan moet jij een mondkap op,’ zegt Jules. Terwijl ik hard duw op de hardnekkige vouwen in mijn lievelingstrui vraag ik naar de reden. ‘Omdat je ziek bent,’ antwoord Jules, ‘dan kun je ons niet besmetten.’ Aha, helder. Ik leg hem uit dat wat ik heb niet besmettelijk is, dat ze niet bang hoeven zijn dat de kanker op hen overgaat, zoals verkoudheid. ‘Maar hoe heb jij het dan gekregen?’ vraagt Jules. ‘Ik heb pech,’ is mijn reactie, ‘gewoon pech’.

‘Dat moet je niet zeggen, want dan heb je ook pech. Je moet zeggen dat je altijd geluk hebt.’ Het zijn mijn eigen woorden, van al lang geleden, die nu uit de mond van mijn vroeg wijze oudste zoon terugkomen. Ik slik en geef hem volmondig gelijk. Mijn mantra van vandaag: ‘ik heb geluk.’


Zondag 8 november, een goede plek

Een heerlijke dag met mijn mannen en mijn zus en haar gezin. De Loonse en Drunense duinen. Hier waren we eerder, toen leek ook alles somber en zwart, maar dat pakte anders uit. Alsof een plek je een goede afloop kan beloven, een soort bedevaart. Laten we het geloven.


Maandag 9 november, een goed gesprek

14.35 uur

Een smoothie met veel fruit en groenten, lekker gezond. Vandaag de eerste dag zonder kater sinds een aantal dagen. Buiten schijnt de zon, ik maakte vanmorgen een wandeling en sprak mijn beste vriend R. we zijn serieus maar er wordt ook gelachen. Vorige week namen we afscheid van zijn moeder, borstkanker. Kanker kanker is het toch.

De jongetjes zijn bij opa en oma, vanmiddag gaan ze naar de speeltuin. Harm tiept nog een mailtje en ik tel de minuten af, want ik wil niet te laat komen bij dokter G. De vragen zijn opgeschreven maar schijnen me ineens belachelijk toe. Eigenlijk is er maar één vraag en daar heeft niemand een antwoord op: Ga ik dit overleven? Gelukkig is Harm kampioen vragen stellen. Mijn IQ daalt altijd een paar punten in de spreekkamer. Moeten we daar eigenlijk een mondkapje op? Binnen misschien niet. Won Biden nou de verkiezingen? Ik zou die man niet eens herkennen als zat hij hier op de bank. Is’s a small world after all….

15.10 uur

Ondanks dat ik al de hele dag uitkijk naar dit moment komen we net op tijd aan in het Erasmus MC. We nemen de ingang aan de Zimmermanstraat, ik check in en via de trap gaan we naar wachtruimte 2H. Onderweg zien we mooie foto’s van vergezichten met molens en wachtende mensen. Mijn ogen scannen snel de wachtruimte, geen kale mensen deze keer, gek genoeg stelt het me een beetje gerust. Maar het slaat nergens op, ik weet het, want hoe dit ook verder gaat, ik zal nooit kaal worden. Ik slik. We gaan zitten. Al snel komt dokter G. aanlopen. In de spreekkamer stellen we onze vragen, dokter G. beantwoordt ze uitgebreid en moedigt ons aan om vooral verder te vragen. Dan wordt het stil, het gesprek is ten einde. Dankbaar kijk ik hem aan. Dankbaar dat hij me de regie geeft, dankbaar dat hij zijn uiterste best doet om alles uit te leggen, soms meerdere keren dezelfde dingen te vertellen, zonder haast. In gedachten leg ik de tumor in zijn handen, hij weet wat er mee te doen, ik mag me focussen op herstel. Belangrijker nog; op leven.